Het ongelooflijke optimisme van design

Ik dacht dat het wel aardig zou zijn om deze serie te starten met een artikel over optimisme. Makkie, een onderwerp zo positief als over optimisme, dat kan niet moeilijk zijn. Maar helaas, niets is minder waar, optimisme is lastig. Waarschijnlijk is optimisme net zoiets als eenvoud, je herkent het meteen. In de kunst, in muziek en in goed ontworpen producten. Maar hoe komt iemand nou eigenlijk tot eenvoud? Wat is de formule? Tot op heden blijft ook dit nog een mysterie.

Daarbij komt dat optimisme niet gaat over een eigenschap van het eindresultaat. Het is de eigenschap van de weg naar het eindresultaat, het proces, de attitude en de ambitie van de maker.

HKU Student

Afgelopen voorjaar heb ik mijn groep 1ste jaars studenten de vraag gesteld: “Waarom ik een ontwerper ben.” De antwoorden waren fantastisch en stuk voor stuk gericht op het beter maken van de wereld, de toekomst, het leven van mensen. De studenten zien een rol voor zich weggelegd om professioneel een bijdrage te leveren aan hun wereld. In de gesprekken werd ook duidelijk dat ze ontwerpen als een fijne manier van werken ervaren. Niet praten, maar doen.

Idealisme praktisch en concreet gemaakt.

Het is deze houding richting de wereld die een fundament is van ontwerpen die niet vaak ter sprake komt. De boeken over de geschiedenis gaan vaak over de uitingen, de resultaten. Ik ben in ieder geval nog geen boek tegen gekomen die het effect van ontwerpers op de wereld als onderwerp heeft. Gek eigenlijk.

Wat mij, al schrijvend, wel opviel was dat ik ontwerpen ging vergelijken met bijvoorbeeld wetenschap, sport en politiek. Misschien komt dit wel omdat je snel gaat vergelijken om te kijken wat beter is: design of … En daar gaat het natuurlijk niet om.

En dan nu even terug naar de titel, ‘Het ongelooflijke optimisme van design’:

Iets ondernemen met het doel om tot iets te komen dat beter is dan voorheen, dat is optimistisch. Of iets creëren dat er voorheen niet was, invulling geven aan een behoefte (die vaak niet eens geuit kan worden), dat is optimistisch. Je stinkende best doen, bereid zijn om ‘fouten’ te maken en weer door te gaan, dat is optimistisch. De status-quo ter discussie stellen, niet door te praten, maar door te doen, dat is optimistisch. Je moreel verplichten aan het ontwerpen van een (betere) toekomst om deze je niet zomaar te laten overkomen, dat is optimistisch. Je kwetsbaar opstellen, omdat je ook niet van te voren weet waar het proces naartoe gaat, dat is optimistisch. Je niet bezighouden met competitie omdat ontwerpen geen wedstrijd is, iedereen mag meedoen.

Dat is wat ontwerpen zo spannend en interessant maakt. Dat is wat ontwerpen zo’n ongelooflijk optimistische bezigheid maakt. Het maakt ontwerpen niet beter dan bijvoorbeeld wetenschap, sport en politiek. Maar speelt optimisme daar ook zo’n belangrijke en prominente rol? Gaat het daar ook over de creatie van de betere toekomst? Of zijn andere aspecten belangrijker. In aanloop op de komende verkiezingen lijkt het wat mij betreft net iets te vaak over strijd te gaan. De politieke strijd om de grootste te willen worden, het beter te denken te weten.

Wat denk jij?

A penny for your thoughts

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

1 reactie

31Volts [Service Design]